De grote klok van Veldhoven

Hoe in 1943 de grote klok van Veldhoven onderdook

Het was januari 1943; de oorlog duurde al twee en een half jaar. De Duitsers hadden bij hun oorlogsvoering gebrek aan allerlei materialen en daaronder viel ook metaal en zeker brons. De rijkscommissaris had verordonneerd dat alle kerkklokken in Nederland moesten worden ingeleverd, tenzij ze van bijzondere historische waarden waren.

En zo zagen de Veldhovense kerkgangers in de week van 17 januari 1943, naar zij dachten, voor het laatst hun dierbare kerkklokken (de grote luidklok en het kleine angelusklokje). Deze waren uit de toren gehaald en stonden gereed op het kerkplein om te worden opgehaald en te worden “geliquideerd” in de smeltkroezen van het Duitse oorlogsbedrijf.

grote luidklok uit 1801

Onder de kerkgangers was een drietal jongelui tussen de 17 en 20 jaar, te weten Jan Hoeks, Jan Sliepenbeek en Antoon Waarma. De drie betreurden het zeer dat deze machtig mooie klok, die volgens haar opschrift 'HENRICUS PETIT ME FUNDIT ANNO DOMINI 1801' al meer dan een eeuw oud was, aan de Duitse oorlogszucht ten prooi zou vallen.

Onderduikplan

Toen ontstond het plan de klok te laten onderduiken. Veel tijd was er niet, hooguit enkele dagen. Er moest dus snel gehandeld worden. Om het vervoersprobleem op te lossen (het gewicht van de klok werd geschat op een paar honderd kilo; naar later bleek was dit bijna 350 kilo) laste Antoon Waarma tussen de bedrijven door in de werkplaats bij Velasques een soort tweewielig steekwagentje in elkaar, met
afneembare wielen voorzien van volrubber banden.

Wankel evenwicht

Volgens afspraak zou men woensdagnacht om 2 uur (vanwege 'spertijd' was er geen mens op straat) gedrieën met het wagentje naar de klok gaan. Al dagen van te voren was het 'onderduikadres' verkend en in orde bevonden. Het karwei bleek echter veel moeilijker dan verwacht. Het gewicht van de klok viel enorm tegen, maar eindelijk stond de klok met de onderrand op het karretje. Een touw dat door de ophangogen liep en vervolgens rond de buizen van het wagentje was vastgebonden, hield het geheel in wankel evenwicht.

Om mogelijke nasporing te bemoeilijken werd er kwistig met peper gestrooid (om eventuele politiehonden op een dwaalspoor te brengen). Toen begon de tocht. Het ging de Dorpstraat in richting gemeentehuis en linksaf de Dreef in.

Trekkers en duwers

Het was bewolkt weer en het had die avond geregend. Een afnemende maan verlichte nog flauw de straten, waar overigens vanwege de verduistering geen enkel licht te zien was. Aan het begin van de Dreef werd even gerust en van trekkers en duwers gewisseld.

Rechtop 

Alles ging naar wens tot men bij de jongensschool kwam. Tegenover het huis van de koster (Faassen sr.) viel de klok met een zware doffe slag van het wagentje en stond rechtop op de straat. Het touw boven aan de klok was doorgeschuurd. Iedereen dook weg in de sloot langs de weg en durfde zich vele minuten lang, ondanks hun luid bonzend hart, niet te verroeren. Met nieuwe moed en energie werd opnieuw aan het zware karwei begonnen. Met vereende krachten werd de klok weer op het wagentje gehesen en voort ging het weer, tot aan de 'Doolhof'.

Onder water

Aan de zuidoost kant van de gracht was de diepte dusdanig, dat de klok daar in zijn geheel zou ondergaan. De klok werd op haar zij gelegd. Gedrieën sloegen ze een kruis en alle tegelijk duwden ze de klok in de gracht, wat een enorme plons veroorzaakte. Maar al snel verdween de klok onder water, tot grote opluchting van de drie jongelui.

Toen na enkele minuten alles stil bleef ging men volgens afspraak elk zijn weg. Antoon Waarma en Jan Sliepenbeek sjouwden het wagentje mee dat nog moest verdwijnen. Het werd langs de Kapelaansdijk in een sloot gegooid. Om 4 uur in de ochtend was het hele karwei geklaard. De klok heeft hier tot medio april 1943 in de gracht van de 'Doolhof' gelegen.

Lage waterstand gracht de 'Doolhof'

De reden dat de klok er uit werd gehaald, was een gevolg van de lage waterstand in de gracht van de 'Doolhof'. Deze was ontstaan door de stand van de sluizen in het aangrenzende riviertje de 'Gender'. De waterstand in de 'Doolhof' werd namelijk op peil gehouden door de stand van de sluizen in de 'Gender'.

Door de lage waterstand kwam de rand van de klok boven water, wat werd ontdekt door schoolkinderen van 'Den Broek' die op weg waren naar de lagere school in de Dreef, waaraan de 'Doolhof' is gelegen. Deze vertelden wat zij gezien hadden aan meester Donkers, in die tijd hoofd van de 'Aloysiusschool' aan de Dreef. Deze drukte de kinderen op het hart er met niemand over te spreken. Meester Donkers waarschuwde kapelaan Vogels, die op zijn beurt contact opnam met Jan van de Oever sr.

Klok uit de 'Doolhof' 

Ondertussen hadden ook buurtbewoners de klok zien liggen; althans de rand. Zij besloten de klok er uit te halen. Nog dezelfde dag werd de klok door Janus van Och en Christ van Kasteren, met het paard van Antoon van Loon van de Heiberg, uit de 'Doolhof' getrokken.

Janus van Och werkte in die tijd als boerenknecht bij van Loon, waarbij Christ van Kasteren (een neef van Van Loon) als knechtje hem vaak hielp. De klok werd bij schemeravond op een beetje onbehouwen manier uit het water getrokken, wat een fiks spoor achterliet.
Via het zogenaamde “straotje” van Dorus van de Vleuten, gelegen aan de “drie eiken bomen” (een karreweg tussen de landerijen), werd de klok naar een stuk grond van de familie Huijbers gesleept en in een greppel van een bietenkuil getrokken.

Strooisel bietenkuil

Met het daar aanwezige strooisel van de bijna lege bietenkuil werd de klok ondergestopt. Jan van de Oever sr., in kennis gesteld door kapelaan Vogels, ging eens polshoogte nemen. Bij de 'Doolhof' aangekomen zag hij tot zijn verbazing dat de klok al was verdwenen. Het spoor volgend, ontdekte hij de klok en beraamde met zijn zoons Antoon en Wim een plan om de klok daar weg te halen.

Kapelaan Vogels had inmiddels burgemeester Van Hooff van de gang van zaken in kennis gesteld. Burgemeester Van Hooff op zijn beurt riep Piet Huijbers bij zich, die als voerman in dienst was van de gemeente Veldhoven.

Particulier terrein

Burgemeester Van Hooff had moeite met het feit dat de klok op particulier terrein lag en gaf opdracht de klok elders onder te brengen. Besloten werd dat een stuk gemeentegrond in de nabijheid hiervoor het meest geschikte terrein was. Dit terrein was gelegen aan de voormalige 'Zwembadweg'.

Piet smeedde met zijn assistent Jan van de Sangen een plan om de klok te vervoeren, zodanig dat er geen sporen zouden achterblijven. Besloten werd de klok onder een kar te binden en zo te vervoeren. Aldus zou de volgende dag geschieden.

In de grond

De familie Van de Oever had inmiddels hun plan ook klaar. In de nacht werd de klok op een kar getrokken en door Wim en Antoon vervoert, terwijl vader Jan een oogje in het zeil hield. Om het geluid tot een minimum te beperken had men de hoeven van het paard met jute omwikkeld. Via de Zwembadweg werd de klok naar het gemeenteperceel overgebracht en daar in de grond begraven.

Toen Piet Huijbers de volgende morgen in alle vroegte zijn plan wilde uitvoeren, zag hij tot zijn verbijstering dat de klok verdwenen was. Toen Piet polshoogte ging nemen, bleek dat de klok al was begraven. Piet heeft daarop het hele perceel geëgd om alle eventuele sporen uit te wissen. Hier heeft de klok begraven gelegen tot de bevrijding, waarna ze in triomftocht naar de kerk is teruggebracht.

terugplaatsing grote luidklok

Schenking Klokmonument aan gemeente

Vanwege een scheur verloor de klok eind 1991 haar functie. Bouwbedrijf Gebr. Verspaandonk uit Veldhoven heeft het Klokmonument aan de gemeente geschonken. Dit monument staat op de Kleine Dreef en daar hangt nu de oude klok.

Eerste officiële gemeentelijke Dodenherdenking

Op 4 mei 1995 was de eerste officiële gemeentelijke Dodenherdenking bij dit bijzondere Klokmonument.

Hoe tevreden bent u over deze pagina van de website?

Doe mee aan het onderzoek