Dieren op de kinderboerderij

Op Kinderboerderij de Hazewinkel leven meer dan 40 verschillende diersoorten samen, van de agapornis tot de zilverfazant. De Hazewinkel heeft vogels, pluimvee, hoef- en knaagdieren. Ze zijn allemaal van dichtbij te bewonderen. Wil je weten waar de dieren oorspronkelijk vandaan komen en wat voor eten ze van ons krijgen? Klik op een van de diersoorten in de lijst en kom meer te weten.

Agapornis 

Diersoort:

De agapornis is een dwergpapegaai. Hij komt uit een geslacht van papegaaiachtigen, uit de familie van de papegaaien van de Oude Wereld.

Leefomgeving:

De meeste soorten komen van het vasteland van Afrika, van Ethiopië tot in Congo-Kinshasa. De Agapornis canus komt oorspronkelijk uit Madagaskar.

Voortplanting:

Agapornissen bouwen een nest in een broedkast. Het popje (vrouwtje) legt om de dag een ei met een totaal van vier tot zes eieren. Ongeveer 23 dagen na de leg van het eerste ei komen de eieren uit. Na vijf tot zes weken gaan de ouders minder voeren, en na zeven tot acht weken eten de jongen zelfstandig.

Voedsel:

Een agapornis eet in het wild zaden, fruit, groente en sommige grassoorten. Hij gedijt in gevangenschap het best op een gevarieerd menu van pellets, groenten, vruchten en een kleine hoeveelheid zaden en noten.

Leeftijd en gewicht:

Een dwergpapegaai is ongeveer 13 tot 14 centimeter groot. Hij weegt tussen de 40 en 60 gram en kan 10 tot 16 jaar oud worden.

Bijzonderheden:

In het Engels worden dwergpapegaaien ook wel lovebirds genoemd. Dat komt door hun aanhankelijke karakter. Dwergpapegaaien vormen hun hele leven een erg hechte band met hun partner.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij leven de agapornissen is een grote groep. Ze kunnen door een opening in het verblijf van de alexanderparkieten vliegen zodat ze lekker hun vleugels kunnen strekken. Voor de alexanderparkieten is die opening te klein om in het verblijf van de agapornissen te komen. Anders zouden de alexanderparkieten de nesten van de agapornissen leegplukken.

Naar begin

Alexanderparkiet

Diersoort:

De grote alexanderparkiet is een exoot uit de Kasjmirregio van Zuid- en Zuidoost-Azië.

Leefomgeving:

De grote alexanderparkiet komt oorspronkelijk voor in Bangladesh, Bhutan, Cambodja, India, Laos, Myanmar, Nepal, Pakistan, Sri Lanka, Thailand en Vietnam.

Voortplanting:

De grote alexanderparkiet is pas geslachtsrijp na 3 jaar. Parkietenkoppels broeden afwisselend. Het mannetje voedt het vrouwtje vaak op de rand van het nest. Zij vliegt dan één of twee keer per dag uit om haar vleugels te strekken.

Voedsel:

Een goed zaadmengsel voor grote parkieten kan als basis dienen. De vogels lusten daarnaast iedere dag wat vers groenvoer en fruit, zoals onkruid, appel en peer.

Leeftijd en gewicht:

De alexanderparkiet is in totaal ongeveer 58 centimeter lang.

Bijzonderheden:

De vogel is vernoemd naar Alexander de Grote en was waarschijnlijk een van de eerste soorten parkieten die in Europa als kooivogel werd gehouden.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij een koppeltje alexanderparkieten. Het mannetje herken je aan de zwarte band rond zijn nek. Het mannetje hebben wij gekregen omdat hij niet gelukkig was op zijn vorige adres en te veel lawaai maakte. Bij ons voelde hij zich snel thuis. Hij kan ‘hallo’ zeggen en fluit graag geluiden van eenden na. Wij hebben een vriendin voor hem geregeld. Ze was voor hem moeilijk te veroveren, maar nu zijn ze onafscheidelijk.

Naar begin

Appenseller 

Diersoort:

De kip of het huishoen is een zeer bekende tamme vogelsoort. Hij is familie van de fazantachtigen. Die weer behoren weer tot de orde der hoendervogels. De kip is de meest voorkomende vogelsoort ter wereld.

Leefomgeving:

De appenseller komt oorspronkelijk uit Zwitserland.

Voortplanting:

Een haan bevrucht een dooier door te paren met een hen. Daarna vormt de hen het eiwit en de schaalvliezen. In totaal doet ze er ongeveer 25 uur over om een ei te maken. Kippen leggen soms tot tien dagen na de paring nog bevruchte eieren. Na 21 dagen komen de eieren uit.

Voedsel:

Kippen zoeken buiten de hele dag voedsel, zoals zaden, insecten en wormen. Als er genoeg eten is, blijven kippen op dezelfde plek leven.

Leeftijd en gewicht:

1,5 tot 1,8 kilogram.

Bijzonderheden:

De appenseller is een energieke kip. Ze scharrelt graag en houdt van vliegen. Ze komt voor in verschillende kleuren, van goudzwart tot gewoon zwart. Jaarlijks legt ze ongeveer 150 witte eieren en van zo’n 55 gram.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij zwart-witte appensellers. Met hun vrolijke kuif trekken ze veel aandacht.

Naar begin

Boerengans

Diersoort:

De verwilderde boerengans heet ook wel de soepgans. De boerengans is een getemde en weer verwilderde grauwe gans.

Leefomgeving:

Grauwe ganzen leven in allerlei gebieden, maar altijd vlakbij water en open terrein. In Nederland broedt de boerenbans bij verkeersknooppunten tot in moerasgebieden. In de Oostvaardersplassen spelen ganzen dan ook een hoofdrol door grazend het gebied te onderhouden. De vogels overwinteren vooral op boerenland, meren, uiterwaarden en grote natte natuurgebieden.

Voortplanting:

De boerengans broedt van april tot in mei/juni. Hij legt één keer per jaar zo’n vier tot zes eieren. En soms zelfs acht eieren. Hij broedt graag vlakbij soortgenoten in een losse kolonie. Roofdieren worden dan sneller opgemerkt en weggejaagd.

Voedsel:

De boerengans heeft een vegetarisch menu van gras, plantenwortels, zaden, vruchten en jonge scheuten (van onder meer riet). In de winter ook op akkers aangevuld met oogstresten van mais, aardappelen en granen.

Leeftijd en gewicht:

Boerenganzen kunnen tussen de 15 en 25 jaar oud worden en wegen ongeveer 3,3 kilogram.

Bijzonderheden:

Van origine is de grauwe gans een trekkende vogelsoort. In Nederland overwinteren grauwe ganzen al eeuwen. De laatste decennia is er veel veranderd in het trekgedrag. Er zijn populaties die nauwelijks nog trekken (onder meer in Schotland). In de jaren 1980 overwinterde nog zo’n 80 procent van de Europese grauwe ganzen in Spanje. Inmiddels is Nederland het belangrijkste overwinteringsgebied. Vanaf februari verlaten de overwinterende vogels Nederland en keren terug naar de Scandinavische broedgebieden. Maar een steeds groter deel van de grauwe ganzen in Nederland trekt niet of nauwelijks en is jaarrond bij ons. Deze ganzen noemen we ‘overzomerende’ ganzen.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij wonen twee bruine boerenganzen die graag in de vijver zwemmen.

Naar begin

Brahma

Diersoort:

De kip of het huishoen is een zeer bekende tamme vogelsoort uit de familie van de fazantachtigen, die weer behoort tot de orde der hoendervogels. Deze hoendersoort is de meest voorkomende vogelsoort ter wereld.

Leefomgeving:

De Brahma komt oorspronkelijk uit Amerika.

Voortplanting:

Een haan bevrucht een dooier door te paren met een hen. Daarna vormt de hen het eiwit en de schaalvliezen. In totaal doet ze er ongeveer 25 uur over om een ei te maken. De kippen leggen soms tot tien dagen na de paring nog bevruchte eieren. Na 21 dagen komen de eieren uit.

Voedsel:

Kippen zoeken buiten de hele dag voedsel, zoals zaden, insecten en wormen. Als er genoeg eten is, blijven kippen op dezelfde plek leven.

Leeftijd en gewicht:

3 tot 5 kilogram.

Bijzonderheden:

De Brahma is een zeer rustige en vertrouwelijke kip. Ze zien er misschien schrikbarend en woest uit, maar juist voor kinderen zijn het hele lieve kippen. Eenmaal tam, laten ze zich gemakkelijk aaien en uit de hand voeren. Ook naar andere kippen toe zijn ze vreedzaam, zelfs als hanen onderling!

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij een toom Brahmas. Wij vinden het het mooist als de hennen en de haan dezelfde kleur hebben.

Naar begin

Brakel 

Diersoort:

De kip of het huishoen is een zeer bekende tamme vogelsoort uit de familie van de fazantachtigen, die weer behoort tot de orde der hoendervogels. Deze hoendersoort is de meest voorkomende vogelsoort ter wereld.

Leefomgeving:

De Brakel komt oorspronkelijk uit België.

Voortplanting:

Een haan bevrucht een dooier door te paren met een hen. Daarna vormt de hen het eiwit en de schaalvliezen. In totaal doet ze er ongeveer 25 uur over om een ei te maken. De kippen leggen  soms tot tien dagen na de paring nog bevruchte eieren. Na 21 dagen komen de eieren uit.

Voedsel:

Kippen zoeken buiten de hele dag voedsel, zoals zaden, insecten en wormen. Als er genoeg eten is, blijven kippen op dezelfde plek leven.

Leeftijd en gewicht:

4 tot 5 kilogram.

Bijzonderheden:

Het is een weinig voorkomend ras dat voornamelijk door liefhebbers en fokkers in stand wordt gehouden. Er bestaat ook een krielvariant.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij een mooie toom zilverbrakels.

Naar begin

Cavia 

Diersoort:

Cavia's of Guinese biggetjes zijn een geslacht van de Zuid-Amerikaanse knaagdieren uit de familie Caviidae.

Leefomgeving:

Van nature leeft de wilde cavia op open vlaktes in Zuid-Amerika. De dieren leven daar in groepen met een strikte rangorde.

Voortplanting:

Cavia's zijn al op jonge leeftijd geslachtsrijp; zeugjes op 4 tot 6 weken leeftijd, en beertjes soms al vanaf 4 weken! Zeugjes hebben om de 14 tot 19 dagen een vruchtbare periode waarin ze gedekt kunnen worden.

Voedsel:

Een cavia maakt zelf geen vitamine C aan. Het is belangrijk dat de cavia genoeg groente en fruit krijgt om aan de vitamine behoefte te voorzien. Ook zijn er druppels vitamine C voor in het drinkwater of zit de extra vitamine C in de brok verwerkt.

Leeftijd en gewicht:

De gemiddelde leeftijd van een cavia is zo'n vijf tot zes jaar Het gewicht van een volwassen cavia ligt tussen de 800 en 1800 gram.

Bijzonderheden:

Cavia's zijn een groot deel van de dag bezig met het zoeken naar voedsel en zijn daarbij vooral actief in de ochtend- en avondschemering.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij een groep die bestaat uit uitsluitend zeugjes. Om het cavia verblijf zo veel mogelijk te laten aansluiten aan hun natuurlijke leefomgeving hebben de dieren meerdere huisjes en schuilmogelijkheden en geven wij hun groente en hooi in balletjes. Zo zijn ze net als in de natuur een paar uur bezig met het verkrijgen van hun lekkernij.

Naar begin

Chinese dwergkwartel 

Diersoort:

De Chinese dwergkwartel is een hoenderachtige vogel uit de familie van de fazanten.

Leefomgeving:

De Chinese dwergkwartel heeft een enorm groot verspreidingsgebied dat reikt van het Indische Subcontinent, Indochina en de Indische Archipel tot in Nieuw-Guinea en Australië. Het is een algemene vogel van open landschappen, graslanden, moerasgebieden, rijstvelden en gebieden met struikgewas.

Voortplanting:

Kwartels leggen bijna het gehele jaar eieren. Ze zullen het nest bijna niet bekleden met plantaardige materialen, doorgaans leggen kwartels om de dag een ei meestal in de namiddag of in het begin van de avond. Als het legsel compleet is (kan per soort verschillen) gaat de hen over tot broeden. De broedtijd van de kwartel kan variëren tussen de 16 en 25 dagen.

Voedsel:

Kwartels leggen bijna het gehele jaar eieren. Ze zullen het nest bijna niet bekleden met plantaardige materialen, doorgaans leggen kwartels om de dag een ei meestal in de namiddag of in het begin van de avond. Als het legsel compleet is (kan per soort verschillen) gaat de hen over tot broeden. De broedtijd van de kwartel kan variëren tussen de 16 en 25 dagen.

Leeftijd en gewicht:

Deze kwartel is 12 tot 15 centimeter lang en weegt tussen de 20 en 57 gram.

Bijzonderheden:

Het mannetje heeft een kastanjekleurige vlek op de buik en verder leiblauwe flanken, hals, wangen en kruin. De keel is wit met een markante zwarte baardstreep en een zwarte rand tussen het wit en het leiblauw. Van boven is de vogel donkerbruin en grijs gevlekt. Het vrouwtje (de hen) is onopvallend bruin gestreept en gespikkeld, van onderen lichter dan van boven.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben we Chinese dwergkwartels in de grote volière. Het zijn rustige vogeltjes die wel kunnen vliegen maar dit zelden doen, echte grondbewoners dus. Ze eten graag alle zaadjes van de grond die de andere volièrevogels hebben laten vallen. Hierdoor houden ze de grond netjes en verhinderen ze dat muizen en ander ongedierte aangetrokken worden door veel gemorst voer op de grond.

Naar begin

Cochinkriel

Diersoort:

De kip of het huishoen is een zeer bekende tamme vogelsoort uit de familie van de fazantachtigen, die weer behoort tot de orde der hoendervogels. Deze hoendersoort is de meest voorkomende vogelsoort ter wereld.

Leefomgeving:

Van oorsprong komt dit ras uit China.

Voortplanting:

Een haan bevrucht een dooier door te paren met een hen. Daarna vormt de hen het eiwit en de schaalvliezen. In totaal doet ze er ongeveer 25 uur over om een ei te maken. De kippen leggen soms tot tien dagen na de paring nog bevruchte eieren. Na 21 dagen komen de eieren uit.

Voedsel:

Kippen zoeken buiten de hele dag voedsel, zoals zaden, insecten en wormen. Als er genoeg eten is, blijven kippen op dezelfde plek leven.

Leeftijd en gewicht:

700 tot 1000 gram.

Bijzonderheden:

Het ras heeft een rustig karakter en is geschikt om thuis te onderhouden. Wel leggen de cochinkriel vrij weinig eieren en zijn ze snel broeds. Ze behoren oorspronkelijk tot de sierrassen, maar worden ook weleens bij de legrassen ingedeeld, door de goede eierproductie van het ras.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben bij een leuke groep cochinkrielen in alle kleurslagen.

Naar begin

Damhert

Diersoort:

Het damhert is een evenhoevig zoogdier uit de familie van de hertachtigen.

Leefomgeving:

Het damhert komt vooral voor in lichte loofbossen en gemengde bossen, minder vaak in uitgestrekte naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor oudere bossen met een dichte onder begroeiing. Belangrijk is dat er voldoende gras is.

Voortplanting:

De bronsttijd valt in de tweede helft van oktober en duurt tot begin november. Tijdens de aanloop naar de bronsttijd gaan de mannetjes gevechten aan voor een territorium. Met luide brullen lokt de hertenbok hindes. Het vrouwtje kiest het mannetje waarmee ze wil paren. Een minderheid paart met meerdere mannetjes in hetzelfde jaar, waarop de kans hoger is als het eerste mannetje oud is of als het mannetje zelf tijdens dezelfde bronsttijd vaker paarde.

Vrouwtjes zijn na zestien maanden geslachtsrijp, mannetjes na zeven tot veertien maanden. Jonge mannetjes zullen echter weinig kans hebben om zich voort te planten, aangezien ze nog niet sterk genoeg zijn om een territorium te veroveren.

In juni en juli, na een draagtijd van 230 dagen, wordt één kalf (zelden twee) geboren. Het kalfje weegt ongeveer 4,5 kilogram en heeft eenzelfde kleurenpatroon als volwassen dieren. Het kalf zal zich meestal de eerste weken verscholen houden maar het kan zijn moeder al volgen.

Voedsel:

Het damhert eet uitsluitend plantaardig voedsel. Het voedt zich met grassen, biezen en kruiden, aangevuld met jonge (boom)bladeren, dennen- en sparrennaalden, bessen, eikels, beukennoten, granen, wortelen en 's winters schors, hulst en heide.

Leeftijd en gewicht:

Het damhert is groter dan een ree en kleiner dan een edelhert. De kop-romplengte is 130 tot 170 centimeter en de schouderhoogte 85 tot 110 centimeter. Het damhert kan 45 tot 100 kilogram zwaar worden, bij hoge uitzondering tot 130 kilogram. Hij kan ongeveer 25 jaar oud worden.

Bijzonderheden:

Hoe ouder de hertenbok wordt, hoe groter het gewei is. Een keer per jaar verliest de hertenbok zijn gehele gewei en groeit hier een nieuwe, grotere voor terug.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij een kudde herten. We wisselen regelmatig de hertenbok, de hinden of de jongen om de groep gezond te houden.

Naar begin

Diamantduif 

Diersoort:

Diamantduiven hebben hun naam te danken aan de vlekjes die als edelstenen over hun vleugels gestrooid liggen. Je kunt ze herkennen aan hun rode, ronde ring om de ogen. Mannetjes en vrouwtjes zijn lastig te onderscheiden. Mannetjes spreiden tijdens het baltsen hun staart uit; dit is eigenlijk het enige waarin je het geslacht kunt onderscheiden.

Leefomgeving:

De diamantduif heeft een grote verspreiding door het binnenland van geheel Australië. De duif ontbreekt in de kustgebieden van het oosten en het zuiden. De vogel is geïntroduceerd in Puerto Rico en komt  daar ook in het wild voor. De vogel komt voor nabij water in overigens droge gebieden zoals scrubland, boomaanplant langs irrigatiekanalen en heuvelig gebied met struikgewas.

Voortplanting:

Kweken met diamantduiven is erg leuk en gemakkelijk; het ideale vogeltje voor beginners. Diamantduifjes leggen twee eieren welke na 14 dagen uitkomen. Na ongeveer twee weken vliegen de jongen uit, dit zijn bijna altijd een mannetje en een vrouwtje. Diamantduiven leggen regelmatig eieren en broeden ze vaak ook allemaal uit, als je een koppeltje hebt, zul je hier vaak jongen van krijgen. Het aantal broedsels moet wel beperkt worden tot 3 tot 4 per jaar.

Voedsel:

Ze eten vooral graszaden, zaden van kruiden, soms wat groene plantendelen en af en toe insecten zoals mieren. Gewoon duivenvoer is al snel te groot. U kunt deze kleine duiven een zadenmengsel voor tropische volièrevogels of vinkenzaad geven.

Leeftijd en gewicht:

Diamantduifjes wegen maar zo’n 30 tot 35 gram en de totale lengte van kop tot staartpunt is ongeveer 20 centimeter.

Bijzonderheden:

Het mannetje en vrouwtje zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden, alleen tijdens de balts is te zien dat het mannetje de staart uitspreidt en het vrouwtje niet. De oog ring van het mannetje is donkerder en dikker dan van het vrouwtje.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij leven verschillende diamantduiven in de grote volière. De diamantduif is de kleinste duivensoort ter wereld.

Naar begin

Duif

Diersoort:

Duiven vormen een familie van meestal middelgrote, compact gebouwde vogels met volle, ronde borst en kleine kop. Ze hebben een snelle, meestal rechtlijnige vlucht.

Leefomgeving:

In België en Nederland komt een aantal duivensoorten voor, waarvan sommige zich sterk aan de mens hebben aangepast. De rotsduif bijvoorbeeld is een voorouder van de tamme stadsduif die overal in de grote steden aangetroffen kan worden. Voor veel mensen is de stadsduif de bekendste duif, maar een duif als de Turkse tortel of de houtduif komt ook zeer veel voor in Europa.

Voortplanting:

Een duif broedt zo'n zestien tot twintig dagen in een eenvoudig, wat rommelig gemaakt nest. Als de jongen geboren worden zijn ze blind en bedekt met dun geel dons. Na drie à zes dagen gaan de oogjes van de jongen open en na elf dagen krijgen de jongen veren. De moeder stopt het voederen na ongeveer zestien dagen, dan eet het jong zelf. Na 25 dagen kan het jong vliegen.

Voedsel:

De houtduif eet in de lente vooral knoppen en kiemplanten. In de nazomer wordt overgeschakeld op oogstresten (korrelmaïs en granen), klaverzaadjes, eikels en beukennootjes, terwijl in de winter ook bessen van klimop en plantenwortels op het menu staan.

Leeftijd en gewicht:

Gemiddeld kunnen duiven 18 tot 20 jaar oud worden. Het gewicht is sterk afhankelijk van het duiven soort. Een postduif weegt ongeveer 500 gram en een sierduif ongeveer 150 gram.

Bijzonderheden:

Een baby duif heet een pieper, een vrouwtjes duif een duivin en een mannetjes duif een doffer. Duiven zijn monogaam en blijven hun hele leven bij elkaar.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij staat een prachtige duiventil. De duiven vliegen hier rond omheen en lopen los op het terrein van de kinderboerderij. De meeste duiven zijn in de duiventil geboren. Als ze in de duiventil geboren zijn blijven ze hun hele leven hun weg terug vinden.

Naar begin

Dwerggeit

Diersoort: 

De geit is een evenhoevig zoogdier uit de familie der holhoornige.

Leefomgeving:

Dwerggeiten komen voornamelijk voor in bergachtige streken in Zuid-Europa, Centraal- en Zuidwest-Azië en Noordoost-Afrika tot het Ethiopisch Hoogland. Het zijn gespecialiseerde klimmers, die zelfs op steile rots hellingen voorkomen. Geiten leven meestal in grotere kudden.

Voortplanting:

Een dwerggeit mag gedekt worden als ze negen maanden oud is.  Ze zijn paringsbereid van het eind van de zomer tot het begin van de winter waarin ze om de drie weken geit bronstig wordt. De bronst is de tijd dat de dieren willen paren. Je kunt aan de geit zien wanneer ze bronstig is.

De draagtijd is 5 maanden.

Voedsel:

Het voedsel van geiten bestaat uit gras, hooi en brok. Hooi hebben ze nodig voor goede pens verwerking.

Leeftijd en gewicht:

Een dwerggeit wordt tussen de 15 en 18 jaar oud. Het gewicht van een geit is erg afhankelijk van het soort, een dwerggeit weegt ongeveer 35 kilo.

Bijzonderheden:

Er zijn verschillende geitenrassen. De meest populaire zijn dwerggeiten, Nederlandse landgeiten en Nubische geiten.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij een groep dwerggeiten die bijna allemaal ongehoornd zijn. Ze hebben ieder hun eigen karakters en hebben ook allemaal een naam. We hebben voornamelijk dames maar er loopt een gecastreerd bokje tussen die Rakker heet. Rakker is met de fles groot gebracht omdat zijn moeder geen melk gaf.

Naar begin

Dwergkonijn 

 

Diersoort:

Konijnen behoren tot de haasachtigen. Het verschil zit hem onder andere in de tanden, konijnen hebben achter de snijtanden nog stifttanden, knaagdieren hebben die niet. Er zit ook nog verschil in het bloed, de samenstelling van het bloed van knaagdieren is heel anders dan dat van konijnen.

Leefomgeving:

Ze prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden en mijden vochtige terreinen zoals moeras en veen of zware klei, omdat ze daarin geen holen kunnen graven. Ook in open polderlandschap ontbreekt het konijn veelal.

Voortplanting:

Na 3 tot 5 maanden kunnen vrouwtjes konijnen, die voedster worden genoemd, vruchtbaar worden. Als de voedsters bevrucht raken komt de dracht, dit duurt 29 tot 33 dagen. na de dracht worden de baby konijntjes geworpen, er komen gemiddeld ongeveer 3 tot 8 jongen.

Voedsel:

Het konijn is een planteneter en eet bij voorkeur grassen, kruiden, loten van jonge struiken en boompjes en akkergewassen. Ze eten vooral de eiwitrijke en licht verteerbare delen. In de winter schakelen ze over op bast.

Leeftijd en gewicht:

Konijnen van gemiddeld formaat (2 tot 5 kilogram) leven het langst, namelijk 7 jaar. Kleine rassen (tot 2 kilogram) volgen met een gemiddelde leeftijd van 6,3 jaar.

Bijzonderheden:

Als een konijn erg blij is springt hij graag met 4 pootjes in de lucht, deze sprongen die vooral jonge konijnen maken worden Binkies genoemd.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij een vaste groep met konijnen waar niet zomaar een vreemd konijn bijgezet kan worden. Alle konijnen die wij hebben worden jaarlijks ingeënt tegen de meest voorkomende konijnenziektes. Onze konijnen zijn toegankelijk voor bezoekers in het knuffelhok, echter hebben de konijnen ook een rust hok waarin ze zicht terug kunnen trekken.

Naar begin

Ezel

Diersoort:

Ezels behoren tot de familie van de paardachtigen en zijn genetisch ook zeer verwant aan paarden, maar verschillen op een aantal onderdelen. Ze hebben langere oorschelpen, een dikker hoofd, en korte manen.
Ook groeien ezelhoeven op een andere manier aan dan paardenhoeven.

Leefomgeving:

Hoewel ezels van oudsher hebben geleefd in een subtropisch klimaat, kunnen ze zich goed aanpassen aan West-Europese weersomstandigheden. Maar is het nat en koud, dan voelen ezels zich niet zo prettig en willen ze kunnen schuilen. Hun vacht biedt ze minder bescherming dan bijvoorbeeld die van een paard.

Voortplanting:

Een ezel wordt geboren na een draagtijd van 12 maanden. Vrijwel direct na de geboorte kan het veulen staan. Het veulen moet 6 maanden bij de moeder blijven. Rond het tweede levensjaar zijn ezels geslachtsrijp.

Voedsel:

Ezels hebben voldoende aan gras, aangevuld met hooi of tarwe stro.

Leeftijd en gewicht:

Ezels kunnen tussen de 30 en 40 jaar oud worden. Het gewicht van volwassen ezels loopt nogal uiteen: van ongeveer 75 kilo voor mini-ezels tot 500 kilo voor de grotere ezelrassen

Bijzonderheden:

Ezels zijn slimme dieren. Als ze gevaar zien stoppen ze, terwijl een paard op zulke moment makkelijk in paniek raakt en wegrent. Daarom worden ezels ook veel in de bergen gebruikt op van die smalle paadjes. En natuurlijk omdat ze sterk zijn en veel kunnen dragen.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij twee ezels, Vega en Dingo. Dit zijn moeder en dochter en enorme knuffelkonten! Ze wandelen graag naar het hek bij de speeltuin om lekker geaaid te worden.

Naar begin

Fleseend 

Diersoort:

De Indische loopeend, ook wel flesseneend, is een ras dat ontstaan is uit de wilde eend.

Leefomgeving:

Oorspronkelijk komt de Indische loopeend uit Indonesië (Java, Lombok en Bali) en is daar tamm. Deze eenden werden rond 1850 naar Europa en Amerika meegenomen.

Voortplanting:

Fleseenden maken een ondiep gat als nest die zich overal kan bevinden. Na 28 dagen komen de eieren uit. De jongen kunnen allerlei kleuren zijn, dat ligt aan de kleurslag van hun ouders. De moeder zorgt voor de jongen, het mannetje is wel in de buurt maar houdt zich niet te veel met de jongen bezig.

Voedsel:

Alhoewel ze graag foerageren in slootjes of vijvers, lopen ze het liefst in grasland op zoek naar wormen en slakken. Ook vangen ze zelfs vliegen, kikkers, salamanders en kleine muizen. Gras, fruit en bladgroenten worden ook graag gegeten. De vrouwtjes eten ook schelpengrind of kippengrit vanwege de behoefte aan kalk voor hun eieren. Mannen eten geen grit. Er dient altijd voldoende water beschikbaar te zijn om het voedsel mee weg te spoelen, een Indische loopeend spoelt de snavel en ogen met grote regelmaat.

Leeftijd en gewicht:

Hollandse kwakers kunnen tussen de 10 en de 15 jaar oud worden en wegen ongeveer 430-690 gram.

Bijzonderheden:

De eenden worden ook gehouden voor het vlees en de eieren.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij een mooie groep fleseenden die in de vijver en het aangrenzende stuk weiland leven. Hun grappige manier van rechtop lopen maakt je direct vrolijk!

Naar begin

Göttinger varken 

Diersoort:

Het Göttinger miniatuurvarken is een kleine varkenssoort die valt onder de minivarkens. De soort is ontstaan uit kruisingen van een hangbuikzwijn, een Amerikaans minivarken, en een Duitse varkenssoort. De kruising is uitgevoerd door professor Haring van de Universiteit van Göttingen.

Leefomgeving:

De oorspronkelijke soort waaruit de kruising is ontstaan komen voor in het wild. In de Nederlandse bossen vind je veel wilde varkens en zwijnensoorten.

Voortplanting:

De beertjes zijn al vanaf 7 weken geslachtsrijp en de zeugjes met 4 maanden. Zeugjes werpen 6 tot 7 biggen per keer.

Voedsel:

Varkens zijn alles eters (omnivoren). In de natuur eten ze knollen, wortels, kastanjes maar ook wormen. Het dieet van een varken moet bestaan uit krachtvoer zoals varkensbrok en ruwvoer, zoals gras of hooi.

Leeftijd en gewicht:

Ze kunnen 40 tot 60 kilo wegen en worden 40 tot 50 centimeter hoog. Ze kunnen wel 20 jaar oud worden.

Bijzonderheden:

Door hun hangende buikjes en ingezakte rug heeft het Göttinger varken veel weg van een hangbuikzwijntje.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij een gecastreerd beertje en een zeugje, het zijn samen broer en zus en al hun hele leven samen.

Naar begin

Goudfazant

Diersoort:

De goudfazant is een vogel die behoort tot het geslacht der kraagfazanten in de familie der fazantachtigen.

Leefomgeving:

Het oorspronkelijke leefgebied van de goudfazant is het bergachtige westen van China.

Voortplanting:

In het voorjaar legt de hen een nest van 5 - 15 eieren. Deze eieren zijn redelijk klein. Nadat de hen al haar eieren gelegd heeft begint ze te broeden. Dit duurt zo'n 22 - 25 dagen. De eerste paar jaren zullen er waarschijnlijk niet veel kuikens overleven. De eerste keren dat de hennen gebroed hebben zijn ze slecht in het grootbrengen van hun kuikens. Vaak zullen ze ook niet lang genoeg op hun eieren blijven zitten waardoor er soms zelfs geen kuikens uitkomen. Na een aantal keer broeden zijn al de foutjes weggewerkt en kan je er zeker van zijn dat de hen goed voor de kuikens zal zorgen.

Voedsel:

In het oorspronkelijke leefgebied eten fazanten vooral plantaardig voedsel: vruchten, bessen, gras en knoppen. In het voorjaar ook wel insecten. In cultuurland profiteren fazanten van landbouwgewassen (vooral granen) en oogstresten.

Leeftijd en gewicht:

De haan is ca 100 centimeter waarvan 70 centimeter staart, de hen 65 centimeter, waarvan 40 centimeter staart. Ze wegen ongeveer 700 gram.  Het mannetje kan wel 15 - 18 jaar oud worden. Het hennetje wordt maximaal 12 jaar.

Bijzonderheden:

Karakteristiek voor het mannetje zijn de goudgele kam en goudgele tot gele onderrug. De hen is bruin van kleur. Een fazant is pas volledig op kleur als deze de leeftijd van 3 jaar heeft bereikt.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij hebben wij een koppeltje goudfazanten. Onze haan is een kruising van een Goudfazant met de Lady Amherstfazant. De prachtige kleurslagen van beide soorten zie je terug wat hem erg bijzonder maakt om te zien.

Naar begin

Grasparkiet 

Diersoort:

De grasparkiet behoort tot de papegaaiachtigen.

Leefomgeving:

De grasparkiet komt in het wild voor in grote zwermen in Australië. De vogel neemt in Australië toe omdat door menselijk ingrijpen steeds meer leefgebieden ontstaan die geschikt zijn voor deze parkiet.

Voortplanting:

Een broeds vrouwtje legt met tussenpozen van één dag een ei. Het vrouwtje gaat dag en nacht op de eieren zitten om ze onder haar veren warm te houden, alleen zo kunnen ze uitgebroed worden. De grasparkiet is een holenbroeder.

Voedsel:

Dieren uit de droge gebieden, zoals grasparkieten en valkparkieten, eten vooral verse zaden.

Leeftijd en gewicht:

In gevangenschap leven grasparkieten gemiddeld vijf tot acht jaar, maar met de juiste verzorging en voeding kan de vogel vijftien tot twintig jaar worden.

Bijzonderheden:

De mannetjes hebben een blauw boven op hun snaveltje en de vrouwtje roze.

Kinderboerderij:

Wij hebben een grote collectie grasparkieten in alle kleuren! Wij zorgen ervoor dat het percentage mannetjes en vrouwtjes grasparkieten ongeveer gelijk blijft.

Naar begin

Halsbandparkiet 

 

Diersoort:

De halsbandparkiet is een papegaaiachtige.

Leefomgeving:

De halsbandparkiet leeft in het tropisch Afrika en Zuid-Azië en is ooit naar Europa is gehaald als volièrevogel. In de loop der jaren is een aantal van deze vogels ontsnapt of vrijgelaten.

Voortplanting:

De vogels hebben één partner en zijn dus monogaam. Ze vormen waarschijnlijk paren voor het leven en beginnen rond het derde levensjaar te broeden. Zoals bijna alle parkieten zijn het holenbroeders die hun nestholte in de stam van bomen uitknagen. In India gebruiken ze ook holten in muren. Ze broeden alleen of in losse groepen, tot acht paren in dezelfde boom. Ze bewaken hun territorium tot vlakbij het nest. Broedvogels kunnen elkaar helpen om roofdieren te verjagen.

Voedsel:

Het voedsel bestaat vooral uit zaden, granen, fruit, bloemen en nectar, maar eigenlijk is de halsbandparkiet een alleseter (omnivoor). Zowel in België, Groot-Brittannië als in Duitsland zagen onderzoekers dat ze allerlei soorten voedsel eten, maar voornamelijk bloemen en vruchten.

Leeftijd en gewicht:

De totale lengte is ongeveer 42 centimeter en de halsbandparkiet weegt 130 gram.

Bijzonderheden:

De mannetjes onderscheiden zich door een band die rond de nek roze is en bij de keel zwart.

Kinderboerderij:

Op de kinderboerderij leven onze halsbandparkieten in de koepelvolière. Omdat deze soort ooit is vrijgelaten of ontsnapt worden ze steeds meer gezien in Nederland, vooral in het stedelijk gebied van de randstad.

Naar begin

Let op!Hier volgt binnenkort meer informatie over de volgende diersoorten:

Hollander

Hollandse kwaker 

Japanse meeuw 

Kakariki 

Kalkoen 

Kanarie 

Knobbelgans 

Lakenvelder kip 

Lakenvelder koe 

Mandarijneend 

Mexicaanse roodmus 

Parelhoen

Patrijs 

Pauw 

Prevostklappereekhoorn

Rosella 

Smient 

Soayschaap 

Tamiops swinhoei markamensis 

Valkparkiet 

Vlaamse reus 

Vorwerk 

Wyandotte 

Zebravink 

Zijdehoen 

Zilverfazant 

Hoe tevreden bent u over deze pagina van de website?

Doe mee aan het onderzoek